voor onze oranje vrienden – deel 2

juni 18, 2008 by

om onze oranje supporters in indonesie toch het nieuwe nederlandse volkslied mee te geven:

🙂

Oranje vrienden in Bukit Lawang.

juni 16, 2008 by

‘Belanda’ – France eindigde 4 – 1. En iedereen in Bukit Lawang weet het. Alle ‘locals’ hebben de wedstrijd gezien lijkt het wel. Ze weten ons feilloos te vertellen wie gescoord heeft. Daarna volgt wie de favoriete ‘Belanda’ voetballer is en wie de cup gaat winnen (BELANDA!!!! Ha, ha,ha). Heel de dag antwoorden we op de vraag: ‘Where are you from?’ dan ook vol enthousiastme ‘Belanda!’. En steevast volgt, in gebroken Engels, de uitslag van de laatste NL-wedstrijd, een rijtje favoriete voetballers en de uitslag voor komende wedstrijd. We praten en lachen gezellig met iedereen mee. We hebben veel oranje vrienden in Bukit Lawang!

Ook Mudih weet ons, als hij ons ophaalt voor de trekking, te vertellen dat het een mooie wedstrijd was. Maar daarna gaat hij snel over op de orde van de dag. ‘Hebben jullie voldoende water bij je?’, ‘Hebben jullie insectenrepellent op?’. Ja hoor, we zijn netjes voorbereid, we kunnen op pad. Er worden trekkings aangeboden van een, twee of drie dagen. Wij hebben gekozen voor de variant van drie… uur. Dat kan namelijk ook. 🙂 De watjes Martens doen de ‘chickentrekking’ (volgens de ober). Klopt, we zijn watjes! Het is hier namelijk HEET! Vanaf 8 uur in de ochtend tot 5 uur in de middag is het zweten bij iedere beweging die je maakt. Daarnaast zijn we nog moe van de lange reis en de gebroken voetbal nacht. En als we niks zien, kunnen we altijd nog een dagtrekking boeken. We hebben tijd zat!

Daarbij hebben we onze research gedaan! Oerang Oetangs slapen ’s middags, dus ’s ochtends moet je ze ‘spotten’. Maar Mudih geeft ons 100% garantie dat we de ‘oranje vrienden’, ook tijdens ‘de chickentrekking’, in het wild gaan zien. Heel speciaal! Want alleen op Borneo en Sumatra kan dit nog. De Oerang Oetangs worden met uitsterven bedreigd. In Bukit Lawang is een centrum dat gevangen gehouden Oerang Oetangs terugplaatst in de jungle. Vandaar dat er veel trekkings vanuit deze plaats vertrekken. Veel apen blijven tijdens hun ‘oerwoudtraining’ in de buurt van het centrum. De kans is dus groot dat je ze rondom Bukit Lawang nog ziet.

We beginnen om 08:00 uur aan onze tocht. Nondekanonne wat is het al heet! Natuurlijk is het ook niet echt bevoordelijk dat we meteen een enorme klim maken. Mudih lijkt weinig last te hebben van zijn gebroken nacht en houdt er flink het tempo in. Als we om 08:15 uur op de berg staan, gutst het zweet van alle kanten van ons lijf. Zeiknat zijn we. De chickentrekking is begonnen!

Mudih loopt voor ons uit en een ‘hulp gids’ neemt af en toe een zijpad. ‘Hoeh – Hoeh!!’ roepen ze. Ja, ja lachen we, daar trappen we niet in Mudih! We weten echt wel dat je vriend achter die boom dat geluid staat te maken!

Maar het ‘Hoeh – Hoeh-en’ blijkt bittere ernst. Het is een soort lokroep. Na een half uurtje worden de aap-imitaties beloond en spotten we onze eerste Oerang Oetangs. Twee jonge vrouwtjes, zes jaar oud, zitten boven ons in de boom. Jeetje, dit is gaaf. We staan beiden met een enorme grijns op ons (zeiknatte zweet) gezicht naar boven te kijken. En door de opwinding zijn alle foto’s van deze eerste Oerang Oetang ontmoeting bewogen! 😉 De apen eten blaadjes en als ze zich door de boomtoppen bewegen, buigt een boom naar een andere boom. Dit is gaaf!

Na tien minuten vertrekken de jonge oranje vriendinnen. Ze klauteren, hoog boven ons hoofd, naar een andere plek in de jungle. Wij lopen achter Mudih aan en proberen onze ‘Hoeh – Hoei’ uit. Glibberend klauteren we de volgende berg op. Het is hier al een week droog (da’s lang) en toch is het hier spekglad. Allemaal glijden we wel een keer uit. Wij met onze mega-profiel schoenen, Mudih op zijn teenslippers.

En dan krijgt Mudih een seintje van zijn vriend gids. Er is weer een Oerang Oetang gespot (Hoeh-Hoeh). We turen naar boven en zien… Een moeder met dochter! De kleine apekop klemt zich moedig aan mama vast. En samen gluren ze naar de bezoekers van vandaag. ‘Goh, is dat soms bezoek uit Belanda?’ (4 – 1!!!).

Waren de twee jonge vrouwtjes al fantastisch, dit is nog gaver! Wat een koddig apekoppie heeft die kleine. En als we nou nog een paar meter naar links glibberen kunnen we vast een mooie foto maken… Dan horen we ineens Mudih boos uitvallen. Is dat tegen ons? Nee gelukkig, hij heeft het tegen de gids van een andere toeristengroepje wat gearriveerd is.

De gids probeert moeder en dochter te lokken met bananen… Leuk voor de foto natuurlijk! Maar het is juist de bedoeling dat de apen wild worden. Zo lukt dat nooit. Of de apen ‘eisen’ volgende keer, als we toeristen zien, dat ze bananen krijgen. En krijgen ze die niet dan is agressief gedrag het gevolg. Ook kan de mens, met zijn 99% identieke DNA, zeer gemakkelijk ziektes overbrengen. Handvoeren is dan ook een van de domste dingen die een gids kan doen… De gids en het andere groepje druipen af.

Uiteindelijk ‘spotten’ we, tijdens onze ‘chickentrekking’ zes Oerang Oetangs. GEWELDIG!!!

Terug in Bukit Lawang nemen we een heerlijk verfrissende mandi. De enorme bak koud water die we over ons heenscheppen lijkt te klein. Heerlijk is dit om af te koelen!! HOEI-HOEI

Reizen in Indonesië

juni 15, 2008 by

We schreven het al eerder; het is vaak niet de eindbestemming die het reizen leuk maakt, het reizen zelf is al een hele belevenis. Afgelopen week reisden we na ruim 4 maanden weer in het noordelijk halfrond. Op weg van Java naar Sumatra kwamen we weer over de evenaar. Eigenlijk alleen leuk voor de statistieken , want we merken er verder niets van.

Onze eerste bestemming op Sumatra wordt Lake Toba, het grootste vulkanisch meer in zuid-oost Azië. Van Medan, een lawaaïerige miljoenenstad, reizen we naar Tuktuk, een slaperig dorpje op het eiland Sosamir. Als we met de ankot, een openbaar vervoer busje, naar het busstation in Medan gaan, blijkt dat we verkeerd gaan volgens de chauffeur. Hij zal ons wel even naar het juiste adres brengen. Direct zijn we op onze hoede. Is dit weer de zoveelste ongevraagde actie, waarbij de behulpzame persoon een commissie opstrijkt? Wie zal het zeggen.

We zijn afgezet bij een bedrijfje wat met een minibusje naar Lake Toba rijdt tegen acceptabele tarieven. Helemaal goed. Het minibusje blijkt terecht een minibusje. We mogen plaats nemen op de achterste bank, de bank met de minste ruimte. Onze knieën kunnen niet recht naar voren worden gestoken, daarvoor is niet voldoende ruimte.Onze benen moeten we zijwaarts kantelen. Daardoor kunnen er geen 4 personen, maar slechts 3 personen op de achterbank worden gepropt. Op de andere twee bankjes en voorstoelen worden ook nog eens 11 passagiers ingeklemt. Een sardientje in een blikje heeft meer ruimte. En niet alleen de uitlaat van het busje rookt als een ketter, ook de 11 Indonesische passagiers en de chauffeur roken op gezette tijden een sigaretje weg.

En hoewel we aardig vol lijken, onderweg wordt er nog gewoon een passagier bijgepropt. En nog eentje. En nog eentje. Of…Toch niet. De achterbank blijkt met een local en twee toeristen echt vol.

Bij de eerst volgende stop gebaart de chauffeur dat hij extra betaalt wil krijgen. Uiteraard begrijpen we hem niet. We hebben immers betaald voor onze plaatsen. Als we na een korte pauze weer instappen komt de chauffeur ‘inschikinstructies’ geven, want het kan toch niet zo zijn dat we zomaar een plekje extra bezet houden.

Maar als hij onze perfect ge-origami-de benen ziet, geeft hij zijn wanhoopspoging op. We suggereren dat hij de bus moet herverdelen. Wij kunnen best met z’n tweeën verhuizen naar het voorbankje en de twee dames met het kleine kindje naar de achterbank. Dat begrijpt onze chauffeur op zijn beurt niet. Als er even later weer een passagier mee moet, wordt deze gewoon alsnog op de voorbankje geplaatst. Dit alles zonder schoenlepel! Na 4 uur bereiken we Lake Toba. Omdat we begrijpen dat de chauffeur omzet heeft misgelopen omdat we zo’n lange benen hebben, betalen we hem nog wat extra en daarmee is de kous af.

Lake Toba is leuk, maar er is te weinig te doen om er een posting over te schrijven. Het toerisme is hier na de monetaire crisis van 1997, de bomaanslagen op Bali en de steeds veranderende visumeisen in Indonesië bijna volledig ingestort. We zien in twee dagen zeven andere toeristen. De bezienswaardigheden (koningsgraf en stenen stoelen) zijn omgeven door vele tientallen souvenierstalletjes, maar er zijn geen kopers. Gelukkig zien de verkopers ook in dat het geen enkele zin heeft om die enkele toerist die er per dag komt te bestoken. We kunnen dan ook gewoon op het gemak door de straatjes lopen zonder lastig gevallen te worden.

Omdat we naar onze volgende bestemming, Bukit Lawang, niet weer opgevouwen in een te kleine bus met te veel passagiers willen reizen, besluiten we om met een minibusje met maximaal 7 passagiers naar Medan te reizen en vanaf Medan met een gewone bus. Tegen 16.00 uur arriveren we dan in Bukit Lawang. Veel sneller en met meer comfort.

Deze reisvariant biedt echter weinig soelaas. We beginnen met een vertraging van drie kwartier, men hoopt nog meer passagiers te krijgen want we zijn maar met zijn tweeen. Maar er komen geen extra passagiers. Het volgende half uur gaat goed, want we zitten met z’n tweeëen in een 7-persoons (+chauffeur) auto. Bij de eerstvolgende stad moeten we overstappen. Hier wachten we weer ruim een half uur op extra passagiers (die ook komen). De chaufffeur wil ons weer op de achterste bank laten plaatsnemen. Maar we laten de andere vijf passagiers voorgaan. We hebben namelijk al in de gaten dat de achterste bank de minste ruimte biedt. Op de middelste bank hebben we inderdaad wat meer ruimte, maar het houdt niet over. We zitten namelijk met zijn drieen op de bank van een normale personenauto…

Onderweg wordt de weg goed benut. Doorgetrokken strepen beschouwd men hier als wegdecoratie. Er wordt ingehaald wanneer het niet kan, kuilen zijn er om doorheen te rijden en de toeter lijkt wel een aanvulling op de autoradio. Als we dezelfde cd voor de vierde keer te horen krijgen (we kunnen al bijna meezingen in het Indonesisch) bereiken we 5 uur nadat we van de boot af staprten Medan. Dat is een uur langer dan met het kleine minibusje.

In Medan stapt er heel “toevallig” een Indonesische jongen in die ook naar Bukit Lawang moet. Precies zoals in de Lonely Planet beschreven staat. Het is nog drie uur rijden naar Bukit Lawang en we zijn al gespot op de toeristen radar. Maar we vinden het best, we moeten straks immers toch een gids hebben om met ons het oerwoud in te gaan om oerang oetangs te kijken. De jongeman, Mudih, ontpopt zich direct als een gastheer. Het is geen probleem om de auto even te laten omrijden via de geldautomaat (in Bukit Lawang kan niet worden gepind). Ook weet hij nog wel een goed adresje om te eten. Niet op het busstation in Medan, maar een stukje verderop op de route naar Bukit Lawang. We hebben wel honger, dus het aanbod klinkt prima. We begrijpen best dat Mudih liever niet naar het busstation wil, daar is immers meer concurrentie voor hem. Nu is hij de enige gegadigde voor onze klandizie.

Met de ankot rijden we naar het eerst volgende plaatsje. We eten er wat en wachten op de grote bus. We leggen Mudih uit dat we niet met de minibus willen reizen, we hebben er onvoldoende ruimte. Geen probleem, de grote bus komt om het half uur. Na een uur is de bus nog steeds niet voorbij gekomen. Er is ons al verschillende keren een minibus aangeboden. We worden wat acherdochtiger. Na anderhalf uur is er nog steeds geen grote bus voorbij gekomen. Het is al vier uur geweest. We besluiten niet toe te geven. Als Mudih ons probeert te neppen dan heeft hij de verkeerde voor zich. Mudih wordt zelf ook steeds stiller.

Maar om vijf uur komt de grote bus dan eindelijk met een kleine drie uur vertraging. We hadden een mooie airconditioned bus verwacht, met lekkere stoelen. Erg naief van ons. Dit is Indonesië. Voor ons staat een oude “chickenbus”. Helemaal geen airco, wel arko (alle ramen kunnen open). Afgeladen vol met passagies. Hahaha, dat valt even tegen. Gelukkig heeft men hier nog respect voor grijze haren en rimpels en wordt ons direct een zitplaats aangeboden. En eerllijk is eerlijk, we genieten van dit ritje. De bus scheurt over de slechte hobbelweg. De toeter blijft hangen, dus iedere keer als de chauffeur op de toeter drukt wordt de omgeving opgeschrikt met een toetersignaal van zeker 20 seconden.

Na een uurtje krijgen we een lekke band. Onze tweede in twee weken. Dat zegt iets over de wegen, maar ook over de staat van onderhoud van de auto’s hier. Als profiel kan worden afgemeten aan de gaten in de buitenband, dan hebben de banden van de bus nog ruim voldoende profiel. Onder toegziend oog van een vijftigtal passagiers (enkelen stappen maar uit de bus), wordt de lekke band binnen 10 minuten vervangen en kan de reis worden voortgezet.

Tegen zeven uur bereiken we Bukit Lawang in het donker. Met de brommertaxi worden we van het station naar het dorpje gereden. Dan moeten we over de smalle hangbrug naar de overkant. Hurkend, want met onze rugzakken op zijn we te lang en te breed. Dan nog een klein stukje klauteren door het oerwoud, we vervloeken de shortcut van Mudih want wat zijn we moe! Maar dan zijn we eindelijk bij onze bestemming.


 

Het maakt niet uit hoe je hier reist, het duurt altijd veel langer dan verwacht en het is altijd compleet anders dan vooraf ingeschat. Maar dat maakt juist dat iedere dag hier een avontuur is! Uiteraard boeken we onze trip door het oerwoed bij Mudih, hij heeft ons immers de hele middag op sleeptouw genomen.

Na een verfrissende koude douche, zakken we uitgeput ons bedje in. Een paar uurtjes later wordt er om 1 uur ’s nachts op de deur geklopt. Het is de ober. Hij komt ons halen voor de wedstrijd Nederland – Frankrijk. Samen lopen we naar een cafeetje een paar honderd meter verderop. Het bier is op en de cola warm, net als alle andere frisdranken. Indonesische charme. Samen met acht locals en nog een Nederlander kijken we de wedstrijd. Iedereen is voor ‘Belanda’. Om vier ’s nachts uur rollen we helemaal tevreden ons bedje in.

Euh… weet u zeker dat dit veilig is?

juni 10, 2008 by

Martijn, een trouwe lezersvriend, gaf de tip om naar Papandayan, een gebied met veel vulkanische aktiviteit, te gaan. En zoals het brave wereldreizigers betaamt, doen we dat natuurlijk 😉 Papandayan kun je bereiken vanuit Bandung. Daarom reizen we vanuit Yogya, met de ‘eksekutif’ trein, naar deze vierde grootste stad van Indonesie. Maar liefst twee miljoen inwoners wonen er, we zijn benieuwd!

Als we in Bandung aankomen, zoeken we eerst een hotel. Volgens de Lonely Planet is onze ‘eerste keus’ erg schoon maar wel een beetje ‘troosteloos’. En inderdaad wat is het hier troosteloos (en vies)! Jeetje, ze kunnen gratis Prozac bij de kamers verstrekken! We zoeken dus nog maar even verder… Inmiddels worden we vergezeld door een ‘gids’ die ons best een ander hotel wil laten zien. De jongen (Ajat) werkt bij het ‘tourist information’ vertelt hij. Hij loodst ons snel naar een hotel een straat verder. Het hotel van Ajat is brandschoon en eigenlijk best charmant! Dankjewel Ajat!!!

Als we zijn ingecheckt, vraagt Ajat of hij wat mag vertellen over de tour die hij verkoopt. Dat mag –> als zijn tour net zo goed is als zijn hotel. En zo worden we de volgende morgen om 08:00 uur opgepikt om nar de Papandayan te gaan. Niet in de oorspronkelijke tour van Ajat maar in Indonesie is de klant koning 😉

Als we de parkeerplaats onder de Papandayan bereiken, zien we een berg vol stenen met een aantal rookpluimen erop. Daar gaan we heen! Met nog een extra gids, lopen we naar boven.

Onderweg komen we een zwalvelboer tegen. Hij haalt zwavel van de berg om beneden in het dorp te verkopen. Zwavel wordt gebruikt als schoonheidsmiddel, gezondheidsmiddel en medicijn. Best een gevaarlijke baan want in 2006 is de Papandayan nog uitgebarsten. Bij de eerste stop horen we het geluid van een straalmotor. Dat geluid is het gas wat uit de berg ontsnapt vertelt Ajat. De gaten waar de zwavel ontsnapt zijn dan inderdaad al duidelijk te zien.

We gaan verder omhoog en staan plotseling naast een kokende modderpool. In Nieuw Zeeland hebben we ook kokende modder gezien. Maar daar stond er nog netjes een hek omheen. Hier staan we van een halve meter afstand naar de borrelende massa te kijken… Jeetje!!!

De volgende stop is bij een gierend zwavelgat. Het blaast, sist en spuit aan alle kanten. Tjonge, dit is wel heel erg indrukwekkend! En als de wind even ‘de verkeerde kant’ op staat ook erg benauwd! We zijn blij dat we geen zwavelboertjes zijn 😉 uche, uche!!

Na nog veel meer zwavelgaten lopen we weer naar beneden voor lunch. Gisteren is met ‘groot omhaal’ een lunch aangeboden. ‘Is included in the price’. De lunch bestaat uit een bordje noodles bij een stalletje. ‘Is very clean’ vertelt Ajat. Mmmmm op hoop van zegen dan maar, want wij hebben normaal toch een andere ‘standaard’.

Na de lunch staan er rijstvelden op het programma. We lopen met Ajat een route over dijkjes door een prachtig terrasvormig dal. Wat een foto opportunities zijn er, het is hier werkelijk prachtig!

Miriam verliest haar evenwicht en stapt met een voet in een rijstveld. Inderdaad! niet handig zo’n blubberklomp aan je voeten 😉 We lopen naar een klein dorpje waar de dorpsbewoners nieuwsgierig komen kijken wie er op bezoek is. Ze poseren, verlegen lachend, voor onze camera. Maar als we teruglopen naar de auto worden we vergezeld door het halve dorp. Ze vinden het toch wel heel interressant die twee grote Hollanders.

Het boertje, wat de hele route is meegelopen, wil graag nog een foto ‘alleen met Mim’. Prachtig vindt ie het om, op het schermpje van onze camera, te zien hoe groot zij is. En hij heel klein… We beloven de foto’s bij te bestellen in Bandung. Ajat kan ze dan op zijn volgende trip overhandigen. Een brede glimlach en een uitgebreid handenschud ritueel zijn het gevolg.

De laatste ‘stop’ van onze tour is de ‘hotpool’ bij een resort. Hier plonzen we in een groot zwembad gevuld met het warme water uit de ‘thermische bergen’. ‘Vroeger’ (voor 2006) kon er ook op de Papadayan ‘gepoedeld’ worden. Maar tegenwoordig kan dat niet meer en ‘moet’ men naar een resort. Het water is erg warm en we worden er heerlijk loom van. We kunnen straks zo in ons bedje rollen!

Rambo, Spiderman en de python

juni 9, 2008 by

In Bandung hebben we het weer een dagje rustig aan gedaan. Bandung was door de Nederlanders aangewezen als hoofdstad van Indonesië. De tweede wereldoorlog en de daarop volgende onafhankelijkheid bracht daar verandering in. Het Parijs van Java, werd het vroeger genoemd. Tegenwoordig is daar, op wat naambordjes met “Parijs van Java” en wat mooie bomenlanen na, niet veel van te merken. Bandung wordt door de meeste toeristen bezocht als uitvalsbasis om tochtjes in de omgeving te maken.

Op onze rustdag hebben wij dan ook niet veel meer gedaan dan een beetje shoppen. Jeroen kocht er zijn 2e nieuwe bril in een week tijd (ze zijn hier ook zo verrekte goedkoop en klaar terwijl u wacht) en oefent nu op zijn Jacques D’Ancona imitiatie.
We gaan ook een kijkje nemen bij de “jeans street” berucht vanwege de vele kledingzaken en de extravangante winkelgevels, met onder andere Superman, Spiderman en Rambo.

Op de hoek van de straat staat een verkoper reptielen te verkopen. Ook slangen.

Als hij ziet dat we de slangen wel interessant vinden, wijst hij naar zijn vriend die een paar meter verderop zit te spelen met een python van een meter lang. Of we daarmee op de foto willen. We bedanken vriendelijk, maar als we weglopen begint Jeroen te twijfelen. Bij de Easy Riders heeft hij zijn kans om met een Python op de foto te gaan, laten lopen en dat vindt hij jammer. Deze nieuwe kans wil hij eigenlijk niet onbenut voorbij laten gaan, dus we gaan terug naar de jongeman met de slang.

Natuurlijk mogen we met de slang op de foto, maar waarom met zo’n kleine python? Hij wijst op de rijstzak naast de linkervoet van Jeroen. Waarom niet op de foto met de grote python.

Uit de rijstzak wordt een joekel van een slang gevist. Jeroen probeert de eigenaar te overtuigen dat hij toch liever met het kleine reptiel op de foto wil, maar daar wil hij niet van weten. Daar staat Tarzan dan met knikkende knieën en twee-en-een-halve meter python in zijn nek.

Een beetje angstig, maar ook vol enthousiastme.

Als we even later vragen of we wat moeten betalen, wordt ons aanbod weggewuifd. Men vind het veel te leuk dat zo’n bleekscheet uit Belanda (Nederland) de uitdaging is aangegaan en de slang in zijn nek heeft gelegd.

De grote Rambo maakt daarna nog maar weinig indruk op Jacques D’Ancona.

Moviestar for one day…

juni 8, 2008 by

Tju, het leven van een wereldreiziger is soms zoooo mooi 🙂 In Yogya(karta) ontmoeten we, bij ons guesthouse, twee Amerikaanse dames: Claire en Lucy. Naast vakantie vieren is Lucy hier ook met een missie. Ze doet in meerdere landen onderzoek en, nu ze er toch is, speelt ze meteen voor ‘helpdesk’ voor het team aan de universiteit in Yogya. Als dank mag ze gebruik maken van de auto met prive chauffeur. Of wij met dit ‘prive-transport’ meewillen naar de Borobudur en Merapi? En zoals de dames al verwachtte, dat willen we wel! Als filmsterren worden we dan ook rondgereden. Heerlijk!

Onze eerste stop is de Borobudur. Andere reizigers vertelden dat ze hem, na de vele overweldigende tempels @ Ankor Wat, nogal vonden tegen vallen. Nou… wij vinden hem evengoed erg gaaf. We struinen lekker wat rond. En als je de Boeddha kunt aanraken in een klokvormige stoepa mag je een wens doen. Het is even wringen en de juiste hoek zoeken, maar gelukkig lukt het ons beiden!

Wat echter helemaal grappig is bij de Borobudur: het stikt er van de studenten! Dat is op zich niet zo speciaal, maar iedereen wil graag met een toerist zijn/haar Engels oefenen. En op de foto met zo’n lange slungel is helemaal VET! Nu staan we al op meer vakantiekiekjes van grote onbekenden. Maar de middag bij de Borobudur krijgen we echt een lachkick van de vele plaatjes die de stralende jongeren van ons willen maken.

Claire en Lucy weten niet wat ze zien want de jongeren vragen vooral ons. Dat komt natuurlijk door Mim d’r blonde haar en Jeroen zijn lange hoedanigheid. Maar waarschijnlijk helpen de erg enthousiaste (soms wat luidruchtige) foto-poses van duo Martens er ook wel aan mee. En ook wij willen graag, van iedereen die een verzoekje inwilligt, een foto maken. Dus soms staan we minutenlang stralend naar een semi-professional met 15 foto toestellen te lachen. Voelt best goed zo ‘rich & famous for one day’. Klik hier voor meer kiekjes… En wat zijn die meiden met hoofdoek hier trouwens mooi! Met hun schitterende lach en stralende ogen zijn zij eigenlijk de echte moviestars!

Na de Borobudur drinken we wat bij een klein stalletje zodat onze chauffeur even kan bidden. De Islamitische godsdienst is ‘groot’ in Indonesie, het grootste moslimland ter wereld. Dat betekent vijf keer per dag bidden voor de gelovigen. Voor ons betekent dat vijf keer per dag een zingende Imam. Dat begint al ’s ochtends vroeg. En omdat iedere moskee zijn eigen Imam heeft, is het soms een behoorlijke herrie. ‘Ik vind het wel lekker liggen in mijn bedje als zo’n meneer me in slaap zingt’ zegt Mim. Tja… over sommige dingen moet je je gewoon niet druk maken 😉

Na de Borobudur gaat de reis, over het platteland, naar de Merapi. Als we op het uitzichtpunt staan zien we alleen een hele dikke wolk. Tju da’s jammer zeg 😦 Dan worden we naar binnen geroepen bij het kantoortje van de geografische dienst om wat foto’s van de vulkaan te bekijken. We vergapen ons aan de foto’s met rood/oranje lava van de uitbarsting in 2004. Gemaakt door een Nederlandse toerist begrijpen we! Even later begrijpen we ook dat deze toerist zijn leven heeft gelaten op de berg. Misschien was de prachtige close up dan toch niet zo’n goed plan van hem…

Als we buiten komen, zien we door een klein gat in de bewolking de contour van de Merapi verschijnen. Jee, is dit weer een ‘lucky day’? En ja hoor, een kwartiertje later zien we de prachtige vulkaan in haar volle glorie. Natuurlijk proberen we ook hier weer een aantal ‘funny pictures’ te knippen. Want na de Bromo ‘moet’ dat natuurlijk. Op de foto zie je naast Jeroen onze chauffeur die, na enige aarzeling, geweldig jumpend op de foto staat! Nog zo’n moviestar 🙂

De avond sluiten we af met een lekker dinertje met Claire en Lucy. Zij vertrekken morgen naar Bali en wij vervolgen onze weg naar de westkant van Java. We spreken af om morgen even wat foto’s uit te wisselen. Wij willen namelijk wel een jump-foto van Clair en Lucy op onze site. Helaas lopen we elkaar de volgende dag mis op de afgesproken tijd. Tju, jammer! Gelukkig hebben de dames wel een blijvend aandenken aan ons. We hebben ze namelijk de geweldige batik-kledij van voorgaande posting kado gedaan 😉

Pam, Ries en de Batikmaffia

juni 6, 2008 by

Pamela (Pam) en Richard (Ries) zijn ervoor gewaarschuwd. De batik mafia. Een ‘vriendelijke local’ zal je benaderen met de vraag of je interesse hebt in batik. Hij kent een prima adresje wat slechts bij de locals bekend is. En je hebt geluk! Want alleen gisteren en vandaag is er een tentoonstelling, dus je moet wel snel beslissen… Vele nietsvermoedende toeristen kopen zo een stukje (nep?) batik tegen een veel te hoge prijs.

Maarrrr daar trappen Pam en Ries niet in. Zij zijn inmiddels doorgewinterde reizigers en kunnen zich nog een (veel te duur) pak na een goedkope tuk-tuk rit in Bangkok herinneren. Pam en Ries zijn ‘veilig’ voor de Batik maffia.

Dan ontmoeten ze een erg vriendelijke postbeambte. Ze staan zeker al een kwartier met hem te praten als hij hen een adresje cadeau doet. Hij vertelt dat de studenten van het Art Centre of Yogyakarta op maandag en dinsdag batik maken, waarbij het publiek kan komen kijken. En… ‘lucky, lucky’ het is vandaag dinsdag!!!

Op het adres wordt ook uitleg gegeven hoe batik wordt gemaakt. Iedere afmeting heeft een vaste prijs en die is duidelijk aangegeven. Voor een paar euro kan er al batik gekocht worden. Ze moeten maar eens een kijkje gaan nemen!

Pam en Ries geven aan dat ze batik niet mooi vinden en dus zeker niets zullen kopen. De postbeambte moet er hartelijk om lachen. ‘Zelfs als je niets wilt kopen is het leuk. En zeker geen ‘coca cola batik’ garandeert hij.

Na wat lokethandelingen in het postkantoor worden Pam en Ries nog een keer aangesproken. Wederom een medewerker van het postkantoor (waarom staan die mensen dan niet netjes achter de balie?). Hetzelfde verhaal wordt, met precies dezelfde intonatie en gebaren, afgedraaid. Was die aardige postbeambte van zojuist dan toch een oplichter?

Pam en Ries worden er een beetje melig van en besluiten een kijkje te gaan nemen bij het Art Centre. Ze willen toch niets kopen, dus wat kan hen gebeuren. De vriendelijke postbeambte houdt dan ook gauw een Bejak (fiets-taxi) voor ze aan. Maar Pam en Ries willen niet gefietst worden… ze willen lopen.

Het is maar twee straten van het postkantoor dus fout lopen kan niet. Of toch wel? Bij de enige zijstraat worden Pam en Ries aangesproken door een viendelijke man. Hij is net klaar met zijn werk in het ziekenhuis en loopt nu naar huis. Toevallig moet hij een heel stuk de kant op die Pam en Ries op lopen. Zijn vader sprak Nederlands en hij kent nog wat woorden. Gezellig kletst hij ze de straat door. ‘Er worden nog verschillende Nederlandse woorden gebruikt in Indonesië: station, blouse, handdoek en ritssluiting’.

Dan staat er een hek open. Daar is het Art Centre! De man zet Pam en Ries voor de deur af, geeft hen een hand en gaat weg. Pam en Ries weten het niet meer. Is dit een scam of niet? Want als het een scam is zou deze meneer toch provisie moeten krijgen…

Bij het Art Centre zijn de studenten al naar huis. Het is ook al na zessen. Pam en Ries krijgen toch nog een korte uitleg over hoe de batik wordt gemaakt en een prijslijst. Inderdaad, voor anderhalve euro kunnen ze al batik kopen. Zullen ze dan toch maar….?

Maar de “leraren” zijn net wat te opdringerig en de goedkope werken zijn nergens te vinden. Alleen de duurdere prijsklasse van 30 euro is overvloedig vertegenwoordigd. Niet duur voor een groot batik schilderij van meer dan een meter, maar het zaakje stinkt aan alle kanten.

Het tweetal bedankt dan ook vriendelijk voor de uitleg en verlaat het Art Centre zonder wat te kopen. Als dit een scam was, dan zat deze goed in elkaar… Ze waren er bijna ingestonken.

Om te vieren dat Pam en Ries de truc doorhebben, gaan ze inkopen doen op de winkelstraat. Ze belanden er in een sjieke winkel vol met prachtige batik kleding. Afdingen is hier helaas niet mogelijk. De kleding is exclusief en de batik gemaakt door kunstenaars. Maarrrr als dit shopgrage stel drie items koopt, dan krijgen ze 15% korting.

Dit moet wel echte batik zijn! En alhoewel ze de kleding eerst wat raar vinden staan, na een halfuurtje (en 5 verkopers later) zijn ze overtuigd dat ze er schitteren uitzien. ‘You are moviestars!’ En 35 euro per kledingstuk is dan toch echt niet veel voor deze echte batik! Wat een leuk souvenir voor als ze straks weer thuis zijn. De zaken worden dan ook snel afgerond.

Als Pam en Ries twee dagen later, in een andere stad 500 kilometer verderop, dezelfde kleding zien hangen voor slechts twee euro per stuk, beseffen ze dat ze zijn opgelicht.

Hadden ze nou toch maar naar de vriendelijjke beambte van het postkantoor geluisterd, dan hadden ze nu tenminste een echte “coca-cola” batik gehad, voor een fractie voor de prijs die zij voor de kleding hebben betaald…

Op verzoek van betrokkenen zijn de namen gewijzigd.
Enige gelijkenis met bestaande personen of situaties berust op toeval

PS lachen jullie maar, dat doen wij ook, want we zijn (deze keer) nergens ingestonken 😉

Het echte Indonesië

juni 5, 2008 by

Vanaf ons relaxadres op oost-Bali, waar we prachtig snorkelde, reizen we rechtstreeks naar de plek waar de veerboot vertrekt op west-Bali. Viereneenhalf uur duurt de reis met de bus, is ons verteld. Na twee minuten in de bus in ons al duidelijk dat dit toch wel een optimistische inschatting is.

Onze eerste stop is al na 5 minuten. De bijrijder gaat even een sateetje halen bij een kraampje langs de weg. Aan strakke dienstregeling doen ze hier namelijk niet. Na de stop zet de bus de slakkengang, waarmee we voorbij kruipen, weer voort. We vragen onszelf al af of de versnellingen kapot zijn. Waren in Nederland de bussen van Arriva veelvuldig in het nieuws vanwege de deplorabele staat waarin ze verkeerden, de bus waarin wij reizen zou in Nederland niet eens worden toegelaten op de sloop!

Maar dit is wel het authentieke Indonesië. De bijrijder biedt ons een van zijn sateetjes aan. Omdat we net ons ontbijt achter de kiezen hebben, bedanken we vriendelijk. Maar we vinden het wel heel lief!

Na een uurtje bereiken we de officiële stopplaats op de route. De chauffeur en bijrijder gaan even lekker lunchen bij een kraampje op het station. Het betonnen hekwerkje tussen het perron en het plantsoentje doet dienst als bar. Het plantsoen is door de uitbater van de mobiele keuken omgebouwd tot keuken annex opslagruimte.

Zien eten doet eten en ook wij lusten eigenlijk wel zo’n lekker gerechtje. Rijst met wat kip, kroepoek, saus, een half eitje. Het zit handig verpakt in een vetvrij papiertje. Het eten is verbazend lekker en twee gerechten kosten omgerekend nog geen 50 eurocent. Omdat we de enige toeristen zijn, zit iedereen ons eens op het gemakje te bekijken. En wij kijken wat terug… Grappig.

Om kwart over elf, ruim twee uur na vertrek, zijn we nog geen 30 kilometer opgeschoten. Dat wordt een latertje vanavond. Gaandeweg wordt het steeds drukker in de bus. De bijrijder staat inmiddels bij de achterdeur om passagiers in- en uit te laten stappen. We maken geen stops meer om te eten of eten te lozen, maar door het vele in- en uitstappen komt de vaart er niet in. Tegen half vijf bereiken we ons eindstation. Half vijf. Vertaald door de mevrouw van het kaartjesloket als ‘four and a half hour‘. Precies zoals vooraf verteld dus…

Op de boot naar Java mogen we nog even genieten van een productdemonstratie. Electrische dekens of elektromagnetische matjes worden niet aangeboden. Wel handige petjes met ingebouwde zonnebril, een centuur die je kan veranderen in een draagtas en een warme muts die tevens dienst kan doen als sjaal. Altijd handig in de tropen. Het is erg grappig om de demonstratie te volgen en te zien wie wat allemaal koopt.

We weten inmiddels ook hoeveel personen er in een Suzuki-busje passen. 14, inclusief 2 toeristen met veel te lange benen en uitpuilende rugzakken. Gaande weg de rit gaat de vooraf afgesproken prijs nog even met 100% omhoog. We hadden niet gezegd dat we bij het hotel afgezet wilden worden. Dus worden we maar gedurende rit afgezet. In financiële zin dan. We zijn te moe om er flinke stennis van te maken, hoewel we dat eigenlijk wel zouden moeten doen want dit is niet zo netjes! Maar vandaag gunnen we de ‘extra’ 70 eurocent, die we worden ‘afgezet’, van harte. We willen naar bed!

We zijn in een plaatsje beland waar weinig toeristen komen. Het plaatselijke hotel is dan ook niet veel soeps. De goedkope kamers lijken wat op de kamers van het daklozen hotel waar we ooit eens sliepen in Parijs. De enorme en duurdere kamers voldoen met de hakken over de sloot aan de norm. De jaren zeventig bruine toiletpot stinkt naar urine en spoelt niet meer door. Maar met de bak water waarmee je normaal ‘douchet’ (Mandi) kunnen we doorspoelen. Wat wel ontzettend luxe is… we hebben een tv op de kamer! Met de zenders Indonesië 1, Indonesië 2, Indonesië 3 en een engelstalige zender met motorcross erop. Dat wordt dus een gezellige avond voor de buis 😉

Eerst maar even wat eten. Maar omdat we ‘blut’ zijn, moeten eerst nog wel op zoek naar een geldautomaat. Het pinnen blijkt vandaag echter een uitdaging. Met enige moeite vinden we een automaat, maar deze blijkt niet geschikt voor onze bankpassen… Ook de tweede en derde geldautomaat die we vinden blijken niet geschikt. Maar met de hulp van de twee vriendelijke medewerkers op het postkantoor, waar we verschillende keren terugkomen om naar de volgende automaat te vragen, lukt het om een geldautomaat te vinden die geschikt is.

Met een volle portemonnee en lege maag gaan we vervolgens op zoek naar een restaurant. Maar in de niet-toeristische plaatsen zijn maar weinig restautants. De Indonesiërs zelf eten veelal bij stalletjes aan de kant van de weg. Wat een goed idee. Ook wij nuttigen er onze avondmaaltijd. De eigenaar vindt het maar wat mooi. Anderhalve euro moet onze maaltijd met drankjes kosten. Van een fooi wil hij niets weten, die had hij waarschijnlijk al meegerekend in de eindafrekening.

De volgende ochtend gaan we met de trein naart Probolinggo. Van daar uit zullen we de Bromo vulkaan gaan bezoeken. De bemo (het Suzuki busje) kost dit keer hetzelfde als de avond ervoor. Alleen nu hebben we het busje afgehuurd! Op het station staat een groepje jongeren muziek te maken. Met een trommel, gitaar en een ijzeren beugel die dienst doet als triangel. Het klinkt fantastisch.

Als de trein wel erg veel vertraging lijkt te hebben, blijkt dat we een uur te vroeg zijn opgestaan. Op Java is het namelijk een uur vroeger dan op Bali. Maar met de muzikanten om ons heen, vliegt de tijd voorbij. Als we dan uiteindelijk de trein in gaan, zwaaien ze ons enthousiast uit.

De trein is een “luxe” bisniss class trein. Te vergelijken met het interieur van een stoptrein in Nederland. Maar iedereen heeft een aangewezen stoel en de trein stopt niet op ieder station. Waar wel wordt gestopt stappen verkopertjes in. Nasi, water, kroepoek, banaantjes, gebakken banaan, vanalles wordt er aangeboden. Honger of dorst hoeven we niet te hebben. Voor een habbekrats eten we dan ook vandaag weer een lekkere nasi uit een vetvrij papiertje.

Probolinggo blijkt ook al weer zo’n stad zonder al te veel toeristen. Dit keer vinden we echter een redelijk hotel. Eigenlijk is het enige wat tegenvalt het feit dat de warme douche, waar we ons erg op verheugde, niet warm blijkt te zijn. Na het inchecken gaan we letterlijk eten in een satéhut. Omdat niemand Engels spreekt blijkt zelfs het bestellen van een maaltijd een hele opgave. We bestellen ieder 5 stokjes saté. 20 stokjes later komen we erachter dat we rundvlees hebben gegeten en geen hond, zoals Miriam zich vertwijfeld afvroeg.

’s Avonds eten we in een ‘echt’ restaurantje, voorzien van lekker veel tl-licht. We kunnen dus goed zien wat we eten 🙂 We ontmoeten er Dolie, een Indonesiër die een half jaar bij zijn tante Ciska in Waalwijk heeft gewoond. We praten wat en hij geeft ons de tip om naar Yokyakarta via minibus te reizen. Hij verwijst ons door naar een reisbureautje waar hij goede ervaringen mee heeft. We gaan er een kijkje nemen en dan blijkt dat het reisbureautje ons ook, voor zonsopgang, op de Bromo-vulkaan kan brengen. Te gek! We baalden namelijk al dat de zonsopgang niet zou lukken als we de trip zelf zouden doen.

Om drie uur in de ochtend worden we bij ons hotel opgepikt. De eigenaar van het reisbureautje en een chauffeur brengen ons naar de Bromo. En omdat er niet meer aanmeldingen zijn voor het tourtje, hebben we dus weer een privétrip.

De reis naar de Bromo duurt een uur. Ruim voor zonsopkomst staan we samen met een Belgische jongen en een Engelse jongedame op het uitkijkplatform. De Bromo is omgeven door mist, de vulkaan zelf rookt als een ketter. Het ziet er al indrukwekkend uit. Klik hier voor de foto’s op Picasa!

Als de zon opkomt is het nog indrukwekkender, helemaal als de vulkaan achter de Bromo ook begint te roken. Dit is echt schitterend. De Belgische jongen maakt een “funny” shot, zoals hij het zelf noemt en binnen no-time staan we met z’n allen te springen.

De zon is inmiddels helemaal op. Na een korte rit met de auto worden we afgezet op een plek van waar we naar de vulkaan kunnen lopen. Via de ‘sea of sands’, een surrealistich maandlandschap, bereiken we de vulkaan. Dan nog 253 treden omhoog en dan staan we bij de kraterrand. De geur van rotte eieren komt ons tegemoet.

De terugweg naar de auto leggen we te paard af. De Indonesische mini-paarden zijn niet gewend aan lange toeristen. Het is net of onze paarden een maat te klein zijn. Het paard van Jeroen zakt zelfs bijna door haar hoeven. Heel (brrrr)relaxed leggen we de terugweg af. Dit is Ponypark Slagharen op z’n best 🙂

Terug in Probolinggo is het tijd voor ontbijt. We krijgen niet het, door ons verwachte, bordje Nasi. Voor de westerlingen heeft men een apart ontbijt. We weten niet wat we zien! De dame serveert ons een witte boterham met hagelslag!!! (en een gekookt ei, want dat vinden toeristen vast ook lekker bij hagelslag 😉 )

Om 11 uur zitten we in de minibus naar Yogyakarta. Een ritje van 7 uur. Of zouden ze bedoelen dat we om 7 uur arriveren? De lekke band helpt niet echt mee, maar het wordt uiteindelijk elf uur als we arriveren bij onze homestay.

Moe en voldaan vallen we in slaap met een “houten” kont. Zoals collega cowboy Clint Eastwood zou zeggen: ‘We’re getting too old for this shit’.


Het apenbos van Ubud

juni 5, 2008 by

Jullie hebben nog een filmpje tegoed van de apen in het apenbos van Ubud… 

Waar zijn we nu?

juni 2, 2008 by

We gaan echt een rondje om de wereld! En mocht je topografie je, zo nu en dan, een beetje in de steek laten… Via Google Maps kun je ZIEN waar we zitten (klik hier). Hans de Vries, Miriam’s broer, houdt ijverig onze route en slaapadressen bij…

Leuk he? Je vindt de link ook rechts in het scherm onder ‘Handig’. Inderdaad! 🙂 Handig zo’n grote broer!!

Hans de Vries, handige grote broer