Posts Tagged ‘jeroen martens’

Eindhoven is springlevend!

augustus 9, 2008

Vrienden van Eindhoven (Henri Martens, Stefan Martens, Jordin Martens) vragen zich af of ze de jump fotowedstrijd gewonnen hebben... Eueueueuueh misschien een beetje laat?

Vinden we toch net nóg een jumperd in onze inbox. Jeetje, beetje laat heren! Zoals voetbalclub ‘Eindhoven’ altijd een beetje laat is met ‘scoren’ ha, ha. Wel een mooi plaatje! Maar, jammergenoeg voor jullie, hadden we de hoofdprijs al uitgereikt. Anders hadden jullie natuurlijk een zeer grote kans gemaakt. Of deden jullie het niet voor zo’n waanzinnig gezellige panfluit CD? Daar kun je heel goed meisjes mee versieren Steef! Nou, vooruit! Natuurlijk ook voor jullie een eervolle vermelding én een vingerpoppetje 😉

Hoe het met ons is? Goed! Inmiddels hebben we alle broers, schoonzussen, neven en nichten weer in levende lijve gezien. Iedereen is overladen met cadeau’s en we hebben hele dikke knuffels in ontvangst genomen. Ook is ons huis weer ingericht & opgeruimd. Dat was nog even flink aanpakken… Stille getuige zijn de 32 lege ‘bananendozen’ in de schuur. Kun je trouwens heel goed ‘hutten mee bouwen’ (hè Else, Bart, Famke?). Die zijn er, samen met Jeroen, lekker druk mee geweest. Maarja, we bewaren ze toch maar niet. Het was namelijk juist de bedoeling dat we zouden opruimen!

Komende week gaan we een beetje klussen in & om huis & auto’s. Verder de CV’s opzoeken en aanpassen. Er moet natuurlijk een apart hoofdstukje ‘wereldreis’ worden toegevoegd. Het abonnement op de Intermediair en Carp zijn in ieder geval weer bekrachtigd. En er staan al een aantal banensites onder de ‘favorieten’. Al hebben we nog wel even geduld. Want in de komkommertijd zal er nog niet heel veel ‘leuks’ te vinden zijn. Och, we vermaken ons wel!

We nemen het er nog even van in de 'komkommertijd'. Lekker rustig aan en nog volop tijd voor luieren en leuke dingen. Logeerpartijtjes van neefjes en nichtjes bijvoorbeeld. En hutten bouwen, met lego spelen, snoepen, puzzelen en, en...

Advertenties

De boel op orde brengen

augustus 1, 2008

Geld hebben we niet meer, wel heel veel spullen ha, ha.

We zijn al drie hele dagen thuis… ECHT THUIS. Want we wonen inmiddels weer in de ‘van Wassenhovestraat’. Tom (de huurder) heeft netjes op ons huis gepast. Zelfs een grondige poetsbeurt konden we achterwege laten. Hij heeft ons het werk namelijk uit handen genomen. We stapten binnen in een blinkend en schoon paleisje…

Allereerst is de auto rijklaar gemaakt. Lang leve Audi, want ondanks acht maanden stilstand, was het ‘starten en rijden maar’. Oké, nadat de accu was opgeladen maar dat is een detail. Dag één meteen naar de APK-keuring. En dat was, conform verwachting, niet meer dan een formaliteit. Deze twee werklozen rijden nu dus ‘in stijl’ (knalrood en open) het hele land af om vrienden en familie te bezoeken. Al valt het nog niet mee om een ‘meet & greet’ met de broers te organiseren. Zij zijn namelijk net nú op vakantie. En wij blijven deze zomervakantie een keertje thuis 😉

Gisteren en vandaag hebben we onze spullen bij Carolien van zolder gehaald. Wat ontzettend veel dozen stonden daar! Zou Carolien er misschien stiekem wat bij gezet hebben? Ze haalt wel meer ‘grappen’ met ons uit. Zo vonden we bijvoorbeeld alle spullen, die zij en Nicole uit Kuala Lumpur hebben meegesjouwd, ingepakt terug.

Carolien heeft al onze spullen (sandalen, MP3, overtollige broeken, sokken, souvenirs, tafellakentjes etc etc ingepakt in schoenendozen. Leuk zo'n surprisemiddag 🙂

Hadden we in november nog de uitstekende hulp van Jurgen, dit keer sjouwen we zelf. Het is dan ook flink zweten om alle dozen in het geleende busje van Virgin te krijgen. Maar ’t is alsof het busje ervoor gemaakt is: alle spullen passen precies in één keer.

Ook pa en ma Martens worden verlost van alle pakketten die we, gedurende acht maanden reizen, naar hen hebben toegestuurd. En ze zijn verlost van onze lederen fauteuil. Veel plezier heeft pa Martens er trouwens niet van gehad. Hij mocht er namelijk niet in zitten van ma Martens.

Die pet past ons allemaal!

En als we dan eindelijk met een volgeladen bus bijna onze straat inrijden……pffffffffffffffffffff. Een lekke band! (we verzinnen het niet). Het gereedschap om de band te verwisselen hebben we, voor vertrek naar Eindhoven, bij Virgin in Tilburg achtergelaten. Maar als volleerde ex-wereldreizigers doet het ons bar weinig. Een typisch gevalletje “balen, kan gebeuren”. Drie kwartier later staat de bus weer voor de deur. Met een vervangen band. Lang leve de ANWB!

Komende dagen zijn we nog wel even bezig met het uitpakken en, na kritisch beraad, mogelijk opbergen van spullen. Zou het ‘weggooien van prullaria’ ons nu wél een keertje lukken?

De uitslag van de springwedstrijd laat hierdoor nog heel even op zich wachten… (daarbij vroegen enkele vakantiegangers of ze dit weekend, weer terug in Nederland, mogen insturen. Nou, dat mag! Wij hebben namelijk alle tijd en houden de spanning er gewoon nog even in. Tot na het weekend… rapapaaaa, rapapaaaa JUMP, JUMP)

We zijn weer in Nederland!

juli 29, 2008

Zonder ook maar enige vertraging stonden we vanmorgen op Düsseldorf-Airport. Daar werden we verwelkomd door vader en moeder Martens die een prachtig spandoek omhoog hielden. Welkom J en M.

En dat warme welkom werd nog verder uitgebreid. Toen we namelijk bij de familie Martens in Eindhoven aankwamen, stonden daar vader en moeder de Vries samen met oom Teun en tante Charlotte. Zij waren extra vroeg uit Made vertrokken om een spandoek (‘welkom thuis’) in de voortuin van de schoonfamilie te timmeren. Natuurlijk werd één en ander vergezeld met vrolijke vlaggen en ballonnen. Zo, nu weet heel Eindhoven dat ze d’r weer zijn 😉

Tijd voor taart, cadeautjes en heel veel verhalen. Want al is iedereen aardig ‘bij’ door de website. ‘Live kletsen’ is natuurlijk het allermooist.

Als Miriam’s familie weer naar Made vertrekt, zet vader Martens ons af bij ons ‘eind-juli-logeeradres’: het huis van Paul en Inge. Nog een paar nachtjes logeren en dan wonen we weer in de Van Wassenhovestraat! En ons huis staat er nog! Dat hebben we namelijk even gechecked. Al waren onze huurder en buren wel gevlogen… Wilden ze ons ‘stinkerds’ niet weer zien? Tja, 25 uur reizen gaat ook niet in je ‘coole’ kleren (maar wél onder je oksels) zitten ha, ha.

Ondertussen zijn we fris gedouched (HIEP HIEP, Paul en Inge hebben tijdens onze reis een superdeluxe ontzettend mooie (heerlijk SCHONE) badkamer laten ‘zetten’. Dus voor iedereen die zich afvraagt of het ‘veilig’ is ons weer te zien… Ja hoor!

Al zijn we nu dus nog wel even ondergedoken. Eerst maar even afrekenen met die jetlag en 8 maanden post. De kerstkaarten hebben we inmiddels gelezen. TOT GAUW!!

PS Inzendingen voor de fotowedstrijd kunnen nog worden ingestuurd tot 1 augustus.

Een weekje door Bolivia

juli 25, 2008

Na Peru reizen we door naar Bolivia. De vorige posting gaf een sfeerimpressie van het pitoreske Uyuni, maar gelukkig zagen we afgelopen week meer. Via de hoogste hoofdstad ter wereld, La Paz, vliegen we naar Sucre. De mooiste stad van Bolivia. Volgens westerse standaarden een stad waar niets mis mee is. Maar heel veel stelt het allemaal ook weer niet voor vinden we (verwende nesten Martens). Al is het, in vergelijking met Uyuni, een verademing! Vroeger was dit overigens de hoofdstad van Bolivia. Nu herinnert alleen het hooggerechtshof daar nog aan. En een kopie van de Eiffeltoren natuurlijk.

Na een kort bezoek aan Sucre reizen we verder naar Potosi, de hoogste stad ter wereld met meer dan 100.000 inwoners. In de 17e eeuw een van de rijkste steden ter aarde dankzij de zilvermijnen. De stad was belangrijker dan Parijs en London en had ook meer inwoners dan deze twee hedendaagse wereldsteden. Vandaag de dag is er van die rijkdom weinig over. De berg waaruit het zilver wordt gewonnen, de Cerro Rico (rijke berg)´, is een grote gatenkaas. Zilver is al lang niet meer de belangrijkste delfstof. Vandaag de dag gaat het vooral om zink, lood en tin.

Erg indrukwekkend om te zien hoe de Potosiërs hier nog altijd, met de hand, de delfstoffen winnen. Het is zwaar en vuil werk. De gemiddelde levensverwachting van de mijnwerkers: 35 jaar. Velen sterven door longkanker (in verband met asbest), door verkeerd gebruik van dynamiet of lijden aan silicose (stoflongen).

Reisbureautjes bieden tourtjes naar de mijnen aan. En ook wij willen de mijnen en de werkomstandigheden met eigen ogen aanschouwen. Eerst kopen we op de mijnwerkersmarkt volgens goed (toeristisch?) gebruik cadeautjes voor de mijnwerkers: coca blaadjes, dynamiet (!), frisdrank, alcohol en sigaretten. De dynamiet haalt het stadium van ´cadeautje´ overigens niet. De staaf wordt gebruikt voor een korte demonstratie. We schrikken ervan.

De alcohol, sigaretten en cocablaadjes worden door de mijnwerkers gebruikt om te offeren aan El Tio, een duivelse beschermheilige die in een van de gangen zijn plek heeft. Hier wordt trouwens ook ieder jaar een lama geofferd. Onze gids haalt nog even het karkas uit de sjerpetines…

Bij aankomst bij de mijn blijken de offers trouwens ook voor eigen gebruik. De mijnwerkers, die er rondhangen, zijn straalbezopen. 96% pure ´offeralcohol´ wordt met kleine scheutjes naar binnen gewerkt. Proost! (geef ze overigens eens ongelijk). Nog voordat we de mijn ingaan is de helft van onze cadeautjes al ingepikt door de beschonken mijnwerkers. Dan gaan we zelf de mijnen in. Dit blijkt een tochtje dat niet geschikt is voor de claustrofoben.

Miriam haakt na 100 meter af, net als een andere bezoekster. Zij gaan de straalbezopen mijnwerkers bij de ingang gezelschap houden. Ook een hele uitdaging blijkt. Regelmatig moeten we gebukt door de gangen rennen om aan de kant te gaan voor een naderende kar vol stenengruis.

Niets mag de mijnwerkers storen in hun werkzaamheden. Vandaar dat onze gids ons opjaagt als er weer eens een karretje aankomt. Best spannend. Het is zaterdag als we de mijnen bezoeken. Er zijn maar weinig mijnwerkers aan het werk. Maar we krijgen een goede impressie hoe hard het werk moet zijn van de mijnwerkers die wel aan het werk zijn. Dit is hard werken! Na het bezoek aan Potosi (klik hier voor meer foto´s), reizen we verder naar het altijd gezellige Uyuni.

Via een schitterende route over een onverharde weg, bereiken we de deprimerende plaats, dat ooit het hart van de Boliviaanse spoorwegen was.

Vanuit Uyuni bezoeken we de Salar de Uyuni (klik hier voor een foto-impressie), met 12.000 vierkante kilometer de grootste zoutvlakte te wereld. Ooit was dit een zee, maar door het verschuiven van de tectonische platen is de zeebodem ruim 3.500 meter boven zeeniveau gedrukt. Zo onstond de zoutvlakte, die op sommige plekken een dikte heeft van wel 100 meter. Een erg mooi landschap. Een grote witte vlakte (het lijkt wel sneeuw), omringt door zwarte bergen. Zo nu en dan bevindt er zich een contasterend gekleurde rotsmassa in de witte vlakte.

Na de tocht over de Salar de Uyuni reizen we met de nachtbus vanuit Uyuni naar La Paz. De eerste vier uur denken we dat er vierkante wielen onder de bus zitten. De weg is onverhard en zit vol met kuilen. We zittten op een rijdende trilplaat… Regelmatig komen we zelfs los van onze zitting! Hang je ineens 15 cm boven je stoel. Maar we vinden het schitterend, dit is onze allerlaatste lange busreis. We kunnen alles hebben. Al komt er van slapen natuurlijk niet veel.

En om de reis helemaal voor ´bikkels´ te maken. De bus is niet verwarmd in verband met een defecte kachel. Door de ramen kun je niet kijken, want dat is een groot ijsoppervlak. Het wordt in de bus dan ook heel erg koud. Je kunt je er vast iets bij voorstellen als we je vertellen dat het ´s nachts in Uyuni -25 C (!!!!) wordt. Het dekentje dat is verstrekt kan dan ook niet voorkomen dat we het erg koud krijgen. Brrrrrrrrr klappertand, klappertand (klappervoet want vooral daar groeien de ijsklompjes).

Maarrrr het is onze laatste busreis, WE KUNNEN DUS OVERAL TEGEN (een enkele achter-uit-eet-in-zakje-daad van Mim daar gelaten). Gebroken en voldaan komen we dan ook weer aan in La Paz. Onze allerlaatste bestemming van acht maanden op reis.

We hebben hier nog een paar dagen om de laatste cadeautjes, souveniers en rommeltjes kopen. Er is nog wat ruimte in de rugzak, dus een extra Boliviaans kleedje (Martens sfeerbeheer) past er nog wel bij 🙂

Tourism stops

juli 10, 2008

Het was al aangekondigd: de nationale staking in Peru. Protest tegen de hoge olieprijs, protest tegen privatisering, protest tegen de uitbuiting van de gewone man (Juan Modalos). Kortom: nationale protestdag tegen alles van de Peruaanse portemonnee raakt. In Latijns Amerika betekent dat, dat het normale leven plat komt te liggen voor een aantal dagen. Drie dagen van protest, waarbij woensdag echt alles plat gaat.

Onze gids van onze trip naar de Colca Valley garandeerde ons echter dat het toerisme nooit stopt. “Tourism never stops, do not worry my friend”. Dat deden we dus ook niet. Vol goede moed gaan we dinsdagavond naar het busstation om onze nachtbus te halen. Bij het busstation blijkt dat de Juan Modalos lak heeft aan het toerisme. De bus gaat niet. Heel toevallig verschijnt onze gids ook op het busstation. Hij gaat naar Lima en die bus gaat wel. Gelukkig is onze gids best bereid om te proberen om een mini-bus te regelen.

 

Op het station staan ook enkele toeristen die morgenvroeg in Cuzco moeten zijn. Zij gaan de beroemde Inca-trail lopen. Ze hebben er vet voor betaald en als ze niet verschijnen is hun aanbetaling van 100% verloren (a $ 250 tot $ 500 per persoon). Zij hebben er dus best wat voor over om op tijd in Cuzco te komen. Bij ons is de druk wat minder. Het reisbureau had tegen de afspraken in verzuimd om treinkaartjes naar Machu Pichu voor ons te boeken, dus we hebben geen tijdslimiet. Het is hooguit vervelend dat we nog een dag in Arequipa moeten verblijven. Na een kwartier blijkt dat het niet mogelijk is om per mini-bus te reizen. Het is te gevaarlijk.

Na wat chaotische taferelen slagen we erin ons geld voor de nachtbus terug te krijgen en een andere bus te boeken die de volgende avond vertrekt. We moeten wel morgen nog even de tickets op komen halen, want de computer om onze reservering te bevestigen staat al uit. Samen met twee Duitse vakantiegangers die onze Colca Valley groep zaten, Iven en Katarina,  gaan we weer terug naar ons hotel.

De volgende ochtend is er weinig verkeer op straat. Wel veel protestgroepen. De ene groep is nog niet voorbij, of de volgende komt alweer voorbij. Op het centrale plein in de stad lijken alle groepen samen te komen. Het gaat er allemaal vreedzaam aan toe. De mobiele eenheid, of hoe die hier ook moge heten (unita mobila?) hoeft niet uit te rukken. Rond een uur of drie is de rust weer weergekeerd in de stad en op het centrale plein. Het is zelfs opmerkelijk rustig.

In de namiddag gaan we met Iven en Katarina naar het busstation. Er heerst een raar sfeertje. Er rijden sporadisch taxis, terwijl er op een normale dag toch 22.000 (!) rondrijden. Oogluikend wordt door de protestanten toegestaan dat er taxis rijden. Het lukt ons om een taxi aan te houden. De taxichauffeur vraagt of we bang zijn. Dat zijn we niet. Hij geeft aan dat soms de ramen van passerende taxis die wel durven te rijden sneuvelen. Dat is gelukkig niet het geval. Als we de taxichauffeur vertellen dat we niet uit de Verenigde Staten komen zegt hij dat er niet veel zal gebeuren. Wel neemt hij een sluiproute door de stad, ver weg van laatste stakingsacties. We zien we de “schade” van vanochtend. Overal liggen stenen op straat en her en der liggen asresten. Op de autoradio is president Garcia te horen.  Geweld is geen oplossing geeft hij aan. Gelukkig lijken de Peruanen daaraan gehoor te geven.

Veilig bereiken we het uitgestorven busstation. Als we na het ophalen van onze bustickets terug naar de taxi lopen, is deze verdwenen. Waarschijnlijk is hem vriendelijk doch dringend verzocht te vertrekken door de intimiderende stakers aan de poort van het busstation. Even later zitten we weer in een andere taxi. Vreemd genoeg berekend de chauffeur net als de vorige taxichauffeur geen woekerprijs of risico opslag. Ondanks dat het feit dat ook het toerisme een dagje aan de protesten moet geloven, hebben we weer een interssante dag achter de rug. Hopelijk rijdt de bus vanavond.

Rambo, Spiderman en de python

juni 9, 2008

In Bandung hebben we het weer een dagje rustig aan gedaan. Bandung was door de Nederlanders aangewezen als hoofdstad van Indonesië. De tweede wereldoorlog en de daarop volgende onafhankelijkheid bracht daar verandering in. Het Parijs van Java, werd het vroeger genoemd. Tegenwoordig is daar, op wat naambordjes met “Parijs van Java” en wat mooie bomenlanen na, niet veel van te merken. Bandung wordt door de meeste toeristen bezocht als uitvalsbasis om tochtjes in de omgeving te maken.

Op onze rustdag hebben wij dan ook niet veel meer gedaan dan een beetje shoppen. Jeroen kocht er zijn 2e nieuwe bril in een week tijd (ze zijn hier ook zo verrekte goedkoop en klaar terwijl u wacht) en oefent nu op zijn Jacques D’Ancona imitiatie.
We gaan ook een kijkje nemen bij de “jeans street” berucht vanwege de vele kledingzaken en de extravangante winkelgevels, met onder andere Superman, Spiderman en Rambo.

Op de hoek van de straat staat een verkoper reptielen te verkopen. Ook slangen.

Als hij ziet dat we de slangen wel interessant vinden, wijst hij naar zijn vriend die een paar meter verderop zit te spelen met een python van een meter lang. Of we daarmee op de foto willen. We bedanken vriendelijk, maar als we weglopen begint Jeroen te twijfelen. Bij de Easy Riders heeft hij zijn kans om met een Python op de foto te gaan, laten lopen en dat vindt hij jammer. Deze nieuwe kans wil hij eigenlijk niet onbenut voorbij laten gaan, dus we gaan terug naar de jongeman met de slang.

Natuurlijk mogen we met de slang op de foto, maar waarom met zo’n kleine python? Hij wijst op de rijstzak naast de linkervoet van Jeroen. Waarom niet op de foto met de grote python.

Uit de rijstzak wordt een joekel van een slang gevist. Jeroen probeert de eigenaar te overtuigen dat hij toch liever met het kleine reptiel op de foto wil, maar daar wil hij niet van weten. Daar staat Tarzan dan met knikkende knieën en twee-en-een-halve meter python in zijn nek.

Een beetje angstig, maar ook vol enthousiastme.

Als we even later vragen of we wat moeten betalen, wordt ons aanbod weggewuifd. Men vind het veel te leuk dat zo’n bleekscheet uit Belanda (Nederland) de uitdaging is aangegaan en de slang in zijn nek heeft gelegd.

De grote Rambo maakt daarna nog maar weinig indruk op Jacques D’Ancona.

No pain, no gain. And rain!

mei 30, 2008

We zij inmiddels al weer een kleine week in Indonesië. De stranden van Kuta Beach hebben we niet bezocht. We zijn naar die andere toeristentrekker geweest Ubud. Je moet er van houden. Wij waren hevig verdeeld over hoe fijn het er was.

Het lijkt wel of iedere local daar een taxibedrijf, restaurant of spa heeft. Om de vijf meter worden we dan ook aangesproken “Taxi sir?”, “You need transport?” “You wanna see the menu?”. Lekker relaxed hoor. De opmerkingen gaan overigens niet altijd even enthousiast. Soms worden ze tegen niemand in het bijzonder gemaakt, zonder dat de vragensteller opkijkt van zijn krant.

Maar goed, zo’n spa lijkt ons wel iets, dus een dag later liggen we op de massagetafel. We blijken het “no pain, no gain” arrangement genomen te hebben. Kannonnen, wat doet dat zeer zeg. Gelukkig duurt de massage maar een uur. Dan nog een half uur scrubben. Ook het wassen van de haren gebeurt al even hardhandig. De dames zullen toch niet denken dat ze onze grijze haren kunnen wegwassen? Dat hadden we vooraf toch anders voorgesteld. De manicure en pedicure blijkt niets anders te zijn dan het knippen van de nagels. Dat doen ze op het strand van Thailand toch even wat grondiger.

Dan mogen we in het kruidenbad met bloemetjes. Daar zitten we dan, in de roze badkuip met afbladderend stucwerk erboven. Tenslotte krijgen we nog een pijnlijke cremespoelingbehandeling. Net op het moment dat we willen zeggen dat het voor ons zo wel goed is, we staan op het punt om alle misdaden die we nooit hebben gepleegd te bekennen, is de behandeling ten einde gekomen. Gered door de gong. Maar eerlijk is eerlijk, we ruiken weer fris en zien er weer uit al nieuw.

Verder doen we niet zoveel in Ubud. We bezoeken het apenbos. We hebben gelukkig geen bananen voor de apen gekocht, want ze worden er ronduit agressief van. De toerist die nietsvermoeden met een tros bananen het park binnenwandelt volgen we dan ook met volle aandacht. Bij het eerste aapje kan ze nog lachen, maar als er ineens 10 apen aan komen rennen gooit ze van schrik de hele tros weg. Dat was ook de enige juiste beslissing. Een wat oudere man wordt bij de verkeerde banaan gepakt. Een aapje bespringt hem in het kruis, Gelukkig kan de man er zelf ook om lachen.

Verder hebben we wat inkopen gedaan en een beetje gefietst. Wat is het hier mooi. Net buiten Ubud zitten we direct tussen de rijstvelden. Niemand die ons nog een taxi, restaurant of spa aanprijst. Regelmatig worden we getracteerd op een tropische bui. Als we even onder een strooien afdakje schuilen, schuift het boertje wat er ook schuilt, op. ‘Kom maar zitten,’ gebaart hij. Wij spreken geen Indonesisch, hij geen Engels maar het is ontwapenend hoe lief de bevolking ook hier weer is.

’s Avonds tracteren we onszelf op een Indonesische rijsttafel. Onder de overkapping van het open restaurant genieten we van ons eten en de tropische regenbui. De zoveelste van vandaag. We hebben het hier al omgedoopt tot Raindonesië. Gelukkig zijn de buitjes ‘verfrissend’ en duren nooit langer dan 30 minuten. Daarbij zitten we momenteel droog en zijn omringd door lekkere gerechtjes.

Wanneer we op de terugweg, van restaurant naar hostel, wederom getrakteerd worden op zo’n gratis douche, duiken we een portiekje in. Maar even schuilen want ook deze keer duurt het vast niet lang. Als er een Westers paar langs komt gerend, roepen we joviaal: ‘Need transport? Taxi sir?’.

Baardmans Returns

mei 23, 2008

Was Baardmans in de vorige episode nog vrijwillig komen opdagen (zie posting d.d. 7 maart), in deze aflevering wordt de strijd tegen de stoppels en prikkers noodgedwongen aangegaan. Het scheerapparaat is namelijk achtergebleven in Alice Springs. Net als de kleine zaklamp. De roze bus met scheerschuim kan niet worden ingezet tegen de oneerlijke strijd, want die is ontploft onder de douche.

Zal het Baardmans lukken om nog gladgeschoren naar Indonesië te vertrekken, of kan hij beter een sollicitatie brief naar ZZ Top sturen (is leuk zo’n trompet tussen 3 gitaren)?

In de volgende posting zal een en ander bekend worden, want ook Baardmans zelf in opperste verwachting of het Dicko, de uitbater van het Wicked station in Alice Springs, is gelukt om het scheerapparaat nog op tijd op het vliegtuig richting Darwin te krijgen.

No worries mate…….just hunger

maart 30, 2008

Na ons bezoek aan Melbourne is het tijd om onze camper op te halen. “No worries” Bob komt ons afhalen van station. Onze camper staat al klaar. Eerst moeten we het papierwerk nog afhandelen. Wat ogenschijnlijk een eitje moet zijn, blijkt hogere wiskunde. Het begrijpen van de marked-to-market ontwikkeling van de derivatenpositie bij Essent was een makkelijkere taak.

Na wat heen en weer gebel en wat gefiedel op de calculator lijken we de berekening van de totaalsom te begrijpen en kunnen we dan eindelijk op pad. Dit keer geen Wicked, nee, een echt campertje. Een beetje een muf campertje… Een muf campertje met ondefineerbare vlekken in de kussens… Een muf campertje met ondefinieerbare vlekken in de kussen en rammelende kastjes… Maar zelfs de grootste pessimist kan niet melden dat dit “gewoon een auto” is. Mocht het regenen kunnen we gewoon in de camper koken en eten.

En daar maken we dan al snel gebruik van. Alleen onze eerste dag in Australie hebben we geen regen gehad! Vorige week was er zelfs een hittegolf in Melbourne en werd er hard geklaagd over de droogte. Team Martens arriveert en de temperatuur daalt met 15 graden en het begint te regenen. Ons thermisch ondergoed is zelfs al van stal gehaald en in gebruik genomen als extra pyama!

Later die avond denken we dat onze camper is uitgerust met een bad. Het blijkt de kookpan te zijn. Men heeft ons voorzien van twee kookpannen. Formaat “badkuip” (zonder deksel), die heel het tweepits gasfornuis inpikt en formaat “maximaal twee eitjes”.

C’mmon, welke no-brainer heeft dit bedacht? Waarschijnlijk dezelfde no-brainer die onze gastank heeft moeten afvullen. Als het water in de badkuip na een half uur dan eindelijk bijna kookt en het gehakt in de koekenpan bijna gaar is, gaan de vlammen uit. Het gas is op. “No worries” Bob is vergeten de gastank bij te vullen. We hebben honger, het is donker en het regent. In het donker rijden we naar het dichtsbijzijnde tankstation, 10 kilometer terug. Onze megatank gas van 1.25kg (nog zo’n leuke grap van het verhuurbedrijf) kan men hier niet vullen, wel omruilen.

In de stromende regen staan we te zoeken in een rek vol gasflessen. De enige met de juiste aansluiting blijkt echter te groot te zijn voor de opbergruimte voor de gasfles. Dan maar naar de fish & chips zaak voor een warme maaltijd. Voor onze neus gaat de deur op slot. No worries mate! UIteindelijk lukt het ons een warme afhaalmaaltijd bij de Mexicaan te bemachtigen, zij het dat de ingredienten voor de maaltijden van onze keus niet meer voorradig zijn. Gelukkig smaakt de tweede keus ook heerlijk.

Gisteren is het ons, na weer een drietal nieuwe pogingen, dan eindelijk gelukt om ons gasflesje te vullen. We hebben de badkuip vervangen door een nieuwe pan. Het gehakt hadden we bewaard in de koelkast (ja, onze camper is echt van alle gemakken voorzien) en gistervanavond hebben we onze maaltijd verder afgemaakt. 22 uur en 51 minuten na het starten van de maaltijdbereiding zijn we klaar. We hebben het recept “Slow Bob” genoemd, dat leek ons wel een mooie naam. Niet echt de moeite waard om nog een keer te maken overigens.

Gletsjers en Pancake rocks

maart 18, 2008

Na ons bezoek aan Fjordland was het tijd voor de volgende highlight: gletsjers. Het mooie aan gletsjers is dat je er niet helemaal voor naar Oostenrijk of Frankrijk hoeft. In Nieuw Zeeland hebben ze ook gletsjers. De Fox en de Franz Josef Glaciers, dus een tochtje daar naar toe was snel gemaakt.

Ook vandaag weer schitterend uitzicht, zowel op de weg naar de gletsjers toe, als bij de gletsjers zelf (klik hier voor foto’s). Nou hebben we wel vaker op een gletsjer gestaan, of eigenlijk geskied, maar dan heb je niet in de gaten dat je op een laag ijs van honderd meter staat, zoals goed te zien is op de foto (zie de twee klimmers in de rode cirkel).

De gletsers bewegen langzaam van de kust weg, hoewel ze de laatste 10 jaar ruim een kiliometer zijn aangegroeid. Op hun weg nemen ze grote brokken steen mee naar buiten. Daardoor lijkt het net alsof de gletsjers vuil zijn van roet, maar dat is gruis en gesteente. Erg indrukwekkend, zelfs van een afstand, want we zijn niet echt op de gletsjers geweest. Dat doen we op de volgende skivakantie wel weer. Jammer dat het zo’n eind rijden is naar de Alpen.

De dag erna staan de Pancake Rocks op het programma, zo genoemd omdat de rotsen eruit zien als een stapel pannenkoeken.

Het begint misschien vervelend te worden, maar ook vandaag worden onze zintuigen weer behoorlijk verwend (klik hier voor foto’s). Met vloed beuken de golven tegen de rotsen aan. Op sommige plekken is in de loop der eeuwen een zogenaamd blowhole onstaan: een gat in de rots. Als het water tegen de rots beukt, heeft het water een vluchtweg door het gat. Een mooie spuitnevel is het gevolg

Na alle mooie bezienswaardigheden zit ons rondje zuidereiland erop. Met nog een kleine week Nieuw Zeeland voor de boeg is het dus tijd om een beetje te relaxen. We gaan nog naar Christchurch en ook een duik met de zeehonden staat nog op ons verlanglijstje. Maar eerst maar eens een duik in de Golden Bay.