Posts Tagged ‘lake Toba’

Reizen in Indonesië

juni 15, 2008

We schreven het al eerder; het is vaak niet de eindbestemming die het reizen leuk maakt, het reizen zelf is al een hele belevenis. Afgelopen week reisden we na ruim 4 maanden weer in het noordelijk halfrond. Op weg van Java naar Sumatra kwamen we weer over de evenaar. Eigenlijk alleen leuk voor de statistieken , want we merken er verder niets van.

Onze eerste bestemming op Sumatra wordt Lake Toba, het grootste vulkanisch meer in zuid-oost Azië. Van Medan, een lawaaïerige miljoenenstad, reizen we naar Tuktuk, een slaperig dorpje op het eiland Sosamir. Als we met de ankot, een openbaar vervoer busje, naar het busstation in Medan gaan, blijkt dat we verkeerd gaan volgens de chauffeur. Hij zal ons wel even naar het juiste adres brengen. Direct zijn we op onze hoede. Is dit weer de zoveelste ongevraagde actie, waarbij de behulpzame persoon een commissie opstrijkt? Wie zal het zeggen.

We zijn afgezet bij een bedrijfje wat met een minibusje naar Lake Toba rijdt tegen acceptabele tarieven. Helemaal goed. Het minibusje blijkt terecht een minibusje. We mogen plaats nemen op de achterste bank, de bank met de minste ruimte. Onze knieën kunnen niet recht naar voren worden gestoken, daarvoor is niet voldoende ruimte.Onze benen moeten we zijwaarts kantelen. Daardoor kunnen er geen 4 personen, maar slechts 3 personen op de achterbank worden gepropt. Op de andere twee bankjes en voorstoelen worden ook nog eens 11 passagiers ingeklemt. Een sardientje in een blikje heeft meer ruimte. En niet alleen de uitlaat van het busje rookt als een ketter, ook de 11 Indonesische passagiers en de chauffeur roken op gezette tijden een sigaretje weg.

En hoewel we aardig vol lijken, onderweg wordt er nog gewoon een passagier bijgepropt. En nog eentje. En nog eentje. Of…Toch niet. De achterbank blijkt met een local en twee toeristen echt vol.

Bij de eerst volgende stop gebaart de chauffeur dat hij extra betaalt wil krijgen. Uiteraard begrijpen we hem niet. We hebben immers betaald voor onze plaatsen. Als we na een korte pauze weer instappen komt de chauffeur ‘inschikinstructies’ geven, want het kan toch niet zo zijn dat we zomaar een plekje extra bezet houden.

Maar als hij onze perfect ge-origami-de benen ziet, geeft hij zijn wanhoopspoging op. We suggereren dat hij de bus moet herverdelen. Wij kunnen best met z’n tweeën verhuizen naar het voorbankje en de twee dames met het kleine kindje naar de achterbank. Dat begrijpt onze chauffeur op zijn beurt niet. Als er even later weer een passagier mee moet, wordt deze gewoon alsnog op de voorbankje geplaatst. Dit alles zonder schoenlepel! Na 4 uur bereiken we Lake Toba. Omdat we begrijpen dat de chauffeur omzet heeft misgelopen omdat we zo’n lange benen hebben, betalen we hem nog wat extra en daarmee is de kous af.

Lake Toba is leuk, maar er is te weinig te doen om er een posting over te schrijven. Het toerisme is hier na de monetaire crisis van 1997, de bomaanslagen op Bali en de steeds veranderende visumeisen in Indonesië bijna volledig ingestort. We zien in twee dagen zeven andere toeristen. De bezienswaardigheden (koningsgraf en stenen stoelen) zijn omgeven door vele tientallen souvenierstalletjes, maar er zijn geen kopers. Gelukkig zien de verkopers ook in dat het geen enkele zin heeft om die enkele toerist die er per dag komt te bestoken. We kunnen dan ook gewoon op het gemak door de straatjes lopen zonder lastig gevallen te worden.

Omdat we naar onze volgende bestemming, Bukit Lawang, niet weer opgevouwen in een te kleine bus met te veel passagiers willen reizen, besluiten we om met een minibusje met maximaal 7 passagiers naar Medan te reizen en vanaf Medan met een gewone bus. Tegen 16.00 uur arriveren we dan in Bukit Lawang. Veel sneller en met meer comfort.

Deze reisvariant biedt echter weinig soelaas. We beginnen met een vertraging van drie kwartier, men hoopt nog meer passagiers te krijgen want we zijn maar met zijn tweeen. Maar er komen geen extra passagiers. Het volgende half uur gaat goed, want we zitten met z’n tweeëen in een 7-persoons (+chauffeur) auto. Bij de eerstvolgende stad moeten we overstappen. Hier wachten we weer ruim een half uur op extra passagiers (die ook komen). De chaufffeur wil ons weer op de achterste bank laten plaatsnemen. Maar we laten de andere vijf passagiers voorgaan. We hebben namelijk al in de gaten dat de achterste bank de minste ruimte biedt. Op de middelste bank hebben we inderdaad wat meer ruimte, maar het houdt niet over. We zitten namelijk met zijn drieen op de bank van een normale personenauto…

Onderweg wordt de weg goed benut. Doorgetrokken strepen beschouwd men hier als wegdecoratie. Er wordt ingehaald wanneer het niet kan, kuilen zijn er om doorheen te rijden en de toeter lijkt wel een aanvulling op de autoradio. Als we dezelfde cd voor de vierde keer te horen krijgen (we kunnen al bijna meezingen in het Indonesisch) bereiken we 5 uur nadat we van de boot af staprten Medan. Dat is een uur langer dan met het kleine minibusje.

In Medan stapt er heel “toevallig” een Indonesische jongen in die ook naar Bukit Lawang moet. Precies zoals in de Lonely Planet beschreven staat. Het is nog drie uur rijden naar Bukit Lawang en we zijn al gespot op de toeristen radar. Maar we vinden het best, we moeten straks immers toch een gids hebben om met ons het oerwoud in te gaan om oerang oetangs te kijken. De jongeman, Mudih, ontpopt zich direct als een gastheer. Het is geen probleem om de auto even te laten omrijden via de geldautomaat (in Bukit Lawang kan niet worden gepind). Ook weet hij nog wel een goed adresje om te eten. Niet op het busstation in Medan, maar een stukje verderop op de route naar Bukit Lawang. We hebben wel honger, dus het aanbod klinkt prima. We begrijpen best dat Mudih liever niet naar het busstation wil, daar is immers meer concurrentie voor hem. Nu is hij de enige gegadigde voor onze klandizie.

Met de ankot rijden we naar het eerst volgende plaatsje. We eten er wat en wachten op de grote bus. We leggen Mudih uit dat we niet met de minibus willen reizen, we hebben er onvoldoende ruimte. Geen probleem, de grote bus komt om het half uur. Na een uur is de bus nog steeds niet voorbij gekomen. Er is ons al verschillende keren een minibus aangeboden. We worden wat acherdochtiger. Na anderhalf uur is er nog steeds geen grote bus voorbij gekomen. Het is al vier uur geweest. We besluiten niet toe te geven. Als Mudih ons probeert te neppen dan heeft hij de verkeerde voor zich. Mudih wordt zelf ook steeds stiller.

Maar om vijf uur komt de grote bus dan eindelijk met een kleine drie uur vertraging. We hadden een mooie airconditioned bus verwacht, met lekkere stoelen. Erg naief van ons. Dit is Indonesië. Voor ons staat een oude “chickenbus”. Helemaal geen airco, wel arko (alle ramen kunnen open). Afgeladen vol met passagies. Hahaha, dat valt even tegen. Gelukkig heeft men hier nog respect voor grijze haren en rimpels en wordt ons direct een zitplaats aangeboden. En eerllijk is eerlijk, we genieten van dit ritje. De bus scheurt over de slechte hobbelweg. De toeter blijft hangen, dus iedere keer als de chauffeur op de toeter drukt wordt de omgeving opgeschrikt met een toetersignaal van zeker 20 seconden.

Na een uurtje krijgen we een lekke band. Onze tweede in twee weken. Dat zegt iets over de wegen, maar ook over de staat van onderhoud van de auto’s hier. Als profiel kan worden afgemeten aan de gaten in de buitenband, dan hebben de banden van de bus nog ruim voldoende profiel. Onder toegziend oog van een vijftigtal passagiers (enkelen stappen maar uit de bus), wordt de lekke band binnen 10 minuten vervangen en kan de reis worden voortgezet.

Tegen zeven uur bereiken we Bukit Lawang in het donker. Met de brommertaxi worden we van het station naar het dorpje gereden. Dan moeten we over de smalle hangbrug naar de overkant. Hurkend, want met onze rugzakken op zijn we te lang en te breed. Dan nog een klein stukje klauteren door het oerwoud, we vervloeken de shortcut van Mudih want wat zijn we moe! Maar dan zijn we eindelijk bij onze bestemming.


 

Het maakt niet uit hoe je hier reist, het duurt altijd veel langer dan verwacht en het is altijd compleet anders dan vooraf ingeschat. Maar dat maakt juist dat iedere dag hier een avontuur is! Uiteraard boeken we onze trip door het oerwoed bij Mudih, hij heeft ons immers de hele middag op sleeptouw genomen.

Na een verfrissende koude douche, zakken we uitgeput ons bedje in. Een paar uurtjes later wordt er om 1 uur ’s nachts op de deur geklopt. Het is de ober. Hij komt ons halen voor de wedstrijd Nederland – Frankrijk. Samen lopen we naar een cafeetje een paar honderd meter verderop. Het bier is op en de cola warm, net als alle andere frisdranken. Indonesische charme. Samen met acht locals en nog een Nederlander kijken we de wedstrijd. Iedereen is voor ‘Belanda’. Om vier ’s nachts uur rollen we helemaal tevreden ons bedje in.

Advertenties